Allergische rhinitis

Allergische rhinitis

Wat is het?

Allergische rhinitis is een ontsteking van het neusslijmvlies als gevolg van een allergische reactie. Deze aandoening komt vooral voor bij een leeftijd tussen 5 en 45 jaar, en piekt tussen 5 en 24 jaar. Allergische rhinitis kan seizoensgebonden of niet-seizoensgebonden zijn. Seizoensgebonden allergische rhinitis is het meest frequent. Bij niet-seizoensgebonden allergische rhinitis heb je zelden last ter hoogte van de ogen of keel. Je hebt wel te kampen met niezen, een loopneus of een verstopte neus.

Allergische rhinitis is geen verkoudheid. De klachten bij allergische rhinitis houden immers langer aan en keren steeds terug volgens een patroon dat eigen is aan het type allergische rhinitis (bv. seizoensgebonden, nacht/dag,..). Allergie is erfelijk bepaald. Meestal zijn er ook andere familieleden met allergische rhinitis, astma of een atopisch eczeem.

Allergische rhinitis wordt gekenmerkt door:

  • Niezen, jeuk aan de neus, loopneus
  • Zwelling van het neusslijmvlies, oorpijn
  • Jeukende, tranende, rode ogen
  • Jeuk aan het gehemelte, kriebelhoest
  • Soms hoofdpijn
  • Soms vermoeidheid (vnl. bij kinderen)

Wat zijn de oorzaken?

Bij seizoensgebonden allergische rhinitis (hooikoorts of pollenallergie):

  • Vnl. graspollen (tussen mei – september)
  • Meer last bij droog, warm weer
  • Meer last ’s middags dan ’s ochtends en ’s avonds

Bij niet-seizoensgebonden allergische rhinitis:

  • Huisstofmijt
    • Uitwerpselen van de huisstofmijt zijn allergeen.
    • De huisstofmijt houdt van huidschilfers en warme, vochtige omgevingen (matras, hoofdkussen, tapijt, gordijnen).
    • Deze vorm komt minder voor in de zomermaanden, meer in de herfst/lente.
    • Meer last ’s avonds en ’s nachts
  • Huisdieren
    • Eiwitten uit urine, huidschilfers en speeksel (op vacht)
    • Blijven aanwezig tot 6 maand na het verwijderen van je huisdier
  • Schimmels
    • Vooral in de wintermaanden: vochtiger, minder ventilatie

Wat kan je zelf doen?

  • Wrijf niet in de ogen. Zo voorkom je surinfectie (= infectie erbovenop).
  • Spoel de neus met een fysiologische zoutoplossing.
  • Vermijd uitlokkende factoren.

Bij seizoensgebonden allergische rhinitis:

  • Volg de pollenkalender en pas je activiteiten aan
  • Plan wat tijd aan zee: daar zijn minder pollen.
  • Maai niet zelf onkruid of wild gras.
  • Zet ’s zomers overdag geen ramen open en hang geen beddengoed buiten te drogen.

Niet-seizoensgebonden allergische rhinitis:

  • Huisstofmijt: Zorg voor gladde vloerbedekking, een frisse slaapkamer, een synthetisch dekbed, geen dikke gordijnen, matras-en kussenhoes, en ventileer goed. Was je beddengoed op meer dan 60°. Gebruik een goede stofzuiger met filter.
  • Huisdieren: Verwijder liefst je huisdier (pas resultaat na 6 maand), zoniet: goed borstelen, handen wassen na elk contact.

Wat kan je apotheker doen?

Lokaal

  • Neusspray H1-antihistaminica (Livostin, Allergodil)
    • Werkt snel (na 15 minuten) en gedurende 12 uur (gebruik 2x/dag)
    • Heeft geen effect op verstopte neus (vandaar in begin combineren met kortdurend vasoconstrictor (bv. Otrivine)
  • Lokale corticosteroïden
  • Oogdruppels: enkel als ook conjunctivitis (bindvliesontsteking) en/of oogklachten bij systemische behandeling

Systemisch

  • Niet-sederende H1-antihistaminica (cetirizine, loratadine)
    • Weinig of licht sederend
    • Slaperigheid wordt verhoogd bij alcoholinname
  • Sederende H1-antihistaminica (bv. Fenistil)
  • Combinatie H1-antihistaminica en vasoconstrictor (Rhinatiol AR, Rhinisan, Reactine pseudoefedrine)
    • Maximaal 1 week te gebruiken

Wanneer raadpleeg je best je arts?

  • Wanneer klachten aanhouden ondanks geneesmiddelen (antihistaminica)
  • Bij zwangerschap/borstvoeding
  • Wanneer je kind een eerste maal klachten heeft die wijzen op allergische rhinitis
  • Bij benauwdheid of kortademigheid (astma)
  • Bij vermoeden van hyperreactieve rhinitis (overreactie op aspecifieke prikkels zoals stof, alcoholinname, (tabaks)rook ...)
  • Bij symptomen aan één kant van het hoofd
  • Bij een secundaire ooginfectie (bv. sterk gezwollen oogslijmvlies en gekleurd oogvocht)